Tagarchief: Geluidsoverlast

Geluidsoverlast buitenunits indammen met modulaire geluidsschermen

IMG_2147
Lees het gehele artikel

De eisen voor het geluidsniveau van buitenunits van onder meer warmtepompen, airco’s en luchtbehandelingskasten op de erfgrens zijn eerder dit jaar weer aangescherpt tot maximaal 40 dB. In veel situaties is het onmogelijk om met een standaard buitenunit aan deze eisen te voldoen. ModuBar heeft de oplossing met zijn modulaire geluidsschermen. Prettige bijkomstigheid is bovendien dat het zicht wordt ontnomen op deze vaak minder fraaie buitenunits.

De warmtepompmarkt vertoont een blijvend sterke groei in aantallen en in warmteproductie. “Nederland verduurzaamt in snel tempo”, merkt ook Arjan Kick, projectmanager bij ModuBar. “De opmars van de warmtepomp heeft namelijk een negatief bijeffect: geluidsoverlast door de buitenunit. Reden voor de overheid om paal en perk te stellen. Sinds de laatste wijziging van het Bouwbesluit is bepaald dat de buitenunit in vollast maximaal 40 dB mag produceren op de erfgrens. Zeker in dichtbevolkte gebieden is dat niet haalbaar, omdat de units zelf flink meer geluid produceren. Dat betekent dat de installatie moeten worden afgeschermd zodat de 40dB niet worden overschreden, zo stelt de overheid.”

Kokowall HA-Minwol geluidsscherm.

Modulair

Als producent van hoogwaardige geluidsschermen is ModuBar hierop ingesprongen en is een tweetal esthetische fraaie, maar zeer betaalbare oplossingen ontwikkeld. Het gaat om de Noise-Reducer en het Kokowall HA-Minwol geluidsscherm. Kick: “Beide oplossingen zijn zeer effectief in het dempen van het geluid en worden bijvoorbeeld ook toegepast langs spoor- en snelwegen. Het unieke aan de Kokowall is de additionele kokosafwerking die je kunt laten begroeien met klimop.” De geluidsschermen zijn modulair van opzet, oneindig recyclebaar en bieden standaard een hoge geluidsabsorptie (Dla = 11/17dBA) en hoge geluidsisolatie (Rw = 30dBA) dankzij een kern van steenwol aan de binnenzijde en een plastisolplaat aan de buitenzijde. “Indien nodig kunnen we variëren met de dikte van de panelen om tot hogere isolatie- en absorptiewaardes te komen. De panelen zijn getest door Peutz en TNO en bieden een gegarandeerde geluidsdemping.” 

De plastisol gecoate staalplaat is in 21 verschillende kleuren leverbaar, maar een afwerking met zinken fels- of gecoate golfplaten behoort ook tot de mogelijkheden, vervolgt Kick. “Voor elk gebouwontwerp kunnen we dus een passende geluidswerende oplossing realiseren. Datzelfde geldt voor de montagemethodes. De geluidsschermen kunnen verankerd worden aan een betonnen dakconstructie, een eventueel aanwezige staalconstructie op het dak, op een betonvoet of gefundeerd in de grond.”     

Gasloos verwarmen zonder geluidsoverlast

img_1088kl-kopieren
Lees het gehele artikel

Anno 2019 groeit de vraag naar thermodynamische warmtepompen. En dat is niet verwonderlijk, volgens Ate Reitsma van leverancier Frythermo. “Dankzij een revolutionaire techniek hebben de warmtepompen het hele jaar door een hoog rendement. De warmtepompen vragen weinig onderhoud, produceren geen omgevingsgeluid en hebben bij -10°C geen overmatig energieverbruik.”

Het verschil met de meer bekende lucht/water-warmtepompen zit in de manier waarop energie uit de omgeving wordt gewonnen. “Waar een lucht/water-warmtepomp warmte aan de buitenlucht onttrekt met behulp van een ventilator, maken de thermodynamische warmtepompen van Frythermo gebruik van een aluminium matzwart paneel”, vertelt Reitsma. “Dit paneel kan zowel binnen als buiten gemonteerd worden. Bijvoorbeeld onder de zonnepanelen of tegen de wand. Het systeem maakt gebruik van een koelgas (R134A), dat een veel groter opnemend vermogen heeft dan bijvoorbeeld glycol. Omdat het onderkoelde gas een kookpunt heeft van -30°C werkt het systeem ook als er geen zon is. In tegenstelling tot een conventionele zonnecollector produceert de thermodynamische warmtepomp warm water van 55°C bij ieder weertype, ook in de Nederlandse winter. Bovendien kunnen thermodynamische warmtepompen voortdurend energie halen uit de omgevingslucht, zelfs bij zeer strenge vorst. Hoe hoger de buitentemperatuur, hoe hoger de COP. Bij een buitentemperatuur van +7°C is de COP van een 20 kW warmtepomp 4,6. Maar wat vooral opvalt, is dat de warmtepomp ook bij een lage buitentemperatuur van -10°C nog een fraaie COP-waarde van 2,74 heeft.”

Omdat de thermodynamische warmtepomp zijn energie met behulp van panelen uit de lucht haalt, is er geen geluid producerende buitenunit nodig. Geluidshinder wordt hierdoor voorkomen. “De warmtepomp heeft uiteraard wel een compressor, maar die staat binnen”, vertelt Reitsma. “Het geluidsniveau van deze compressor stelt weinig voor en is vergelijkbaar met een diepvries. Voor wie dit geluid toch als storend ervaart, biedt een isolerende omkasting uitkomst.”

De thermodynamische warmtepompen van Frythermo hebben nagenoeg geen onderhoud nodig. En ook de installatie is eenvoudig. “Niettemin kunnen wij installateurs die daar prijs op stellen ondersteunen. Voor installateurs die geen STEK-erkenning hebben, kunnen wij bijvoorbeeld het complete koeltechnische deel verzorgen. De installateur kan het systeem in zo’n geval alvast waterzijdig aansluiten en de koelleidingen aanbrengen, waarna een monteur van Frythermo de koeltechnische handelingen kan uitvoeren. Frythermo is BRL 100 gecertificeerd en lid van NVKL.”    

“Geluidseis op buitenunits is kortzichtige maatregel”

air-conditioner-1185041_1920-1-kopieren
Lees het gehele artikel

Buiten de woning geplaatste warmtepompen en airco’s mogen straks niet meer dan 40 dB geluid veroorzaken bij de buren. Dit is één van wijzigingen aan het Bouwbesluit die de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties onlangs naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Hiermee wil ze geluidsoverlast voor de omgeving voorkomen. Rudy Grevers, manager Woningbouw bij Alklima – importeur van onder andere warmtepompen en airco’s – vindt die maatregel te kort door de bocht genomen en laat een tegengeluid horen.

“Zoals zo vaak volgt de wetgeving de actualiteit, maar veelal wordt beleid ten aanzien van nieuwe thema`s (veel) te laat ontwikkeld. De discussie over het geluid van lucht/water-warmtepompen is hiervan een goed voorbeeld. Hierdoor dreigen onder druk van tijd verkeerde keuzes te worden gemaakt die een belemmering zijn voor de voortgang van de energietransitie en het behalen van de doelstellingen. Ik heb een aantal suggesties om dit proces succesvol te laten verlopen.

Ja, ik werk bij een fabrikant van onder andere lucht/water-warmtepompen (en ben dus een belanghebbende). Vaak is dit een argument om afzijdig te blijven bij dit soort thema`s omdat het al snel wordt afgedaan ‘als de slager die zijn eigen vlees keurt’. Door de dagelijkse praktijk waarbij ik intensief betrokken ben bij woningbouw gerelateerde projecten voel ik echter toch sterk de behoefte om inhoudelijk te reageren op het laatste ontwerpbesluit met de wijzingen van het Bouwbesluit 2012 van Minister Ollongren, die zij 22 mei 2019 naar de tweede kamer heeft gestuurd. Door als bedrijf de praktijk te kennen heb je goed zicht op de aandachtspunten die een rol spelen, maar kun je daarnaast ook de zaken benoemen vanuit je eigen vakgebied die nog onderbelicht blijven. Hierbij zal ik geen argumenten gebruiken die gericht zijn op ons fabricaat, maar puur onze mening formuleren op de ontwikkelingen tot op heden, de bezwaren die hierbij te noemen zijn en de aanpassingen die overwogen zouden moeten worden.

Het probleem is zelden een probleem

Laten we eerst ‘het probleem’ in beeld brengen. Het geluid van een lucht/water-warmtepomp buitendeel wordt geproduceerd door twee onderdelen, namelijk de ventilator en de compressor. Beide variëren in toerental (en dus in geluidsproductie) afhankelijk van de buitencondities en de temperatuur in de woning. Daarnaast speelt ook de modus van het systeem (ruimteverwarming, koeling of warm tapwater) een rol. Tot slot kan het systeem nog functioneren in een legionellabeschermingsprogramma of een ontdooicyclus. Bij al deze verschillende omstandigheden (buitencondities en modus) ontstaan dus andere geluidswaarden en veelal zijn deze niet te simuleren. Bovendien kan een geluidstest die bijvoorbeeld in april uitgevoerd wordt een andere uitkomst opleveren dan dezelfde test in november.

Kort samengevat valt het functioneren van een lucht/water-warmtepomp als volgt te omschrijven: bij een koude dag zal het systeem opschakelen en bij een relatief warme dag (dat is al bij >5 graden) draait het systeem (laag) in deellast. Bij omstandigheden waarbij de mensen veelvuldig buiten zijn draait het systeem dus maar beperkt (warm tapwater), en daarnaast ook met een zeer laag geluidsniveau. Dit is exact de reden waarom wij in de praktijk maar zelden problemen ervaren op dit thema, en dit zal ook het geval zal zijn bij onze collega-A-merken. De enorme groei die we de afgelopen tien jaar in de lucht/water-warmtepompmarkt hebben mogen meemaken is hiervan het bewijs. Dit was uiteraard nooit gerealiseerd als geluidsproblemen veelvuldig optreden. Voorwaarde hierbij is uiteraard dat er in het voortraject voldoende kennis is ingebracht voor de diverse aandachtspunten (zoals het installatieontwerp, de uitvoering, kwaliteit van het product, de opstelling van het buitendeel, maar ook het juist informeren van eindgebruikers). In de uitzending van Radar van maandag 25 februari 2019 is exemplarisch voor een situatie waarin al deze punten niet zijn meegenomen.

Grotere buitendelen?

Een fabrikant probeert bij de ontwikkeling van een warmtepomp altijd een evenwicht te vinden tussen energie-efficiëntie, compactheid en een zo laag mogelijk geluidsniveau binnen de betreffende maatvoering, maar uiteraard speelt ook de prijsstelling een belangrijke rol. Tot op heden volgen de gerenommeerde merken de Europese richtlijnen (ErP), al dient hier aan toegevoegd te worden dat deze eisen gedateerd zijn en in aanmerking komen voor een update waarin verscherping van de eisen een must is. Een ideaal moment dus om deze mogelijkheid te benutten en hierbij gelijk een eenduidige Europese norm op te stellen. Er zal hierbij altijd oog moeten zijn voor enkele natuurkundige wetten waardoor niet alleen geluid een focus is, maar bijvoorbeeld ook de energetische prestatie en levensduur van de toegepaste componenten. Een mogelijkheid is uiteraard het toepassen van omkastingen. In diverse gevallen zullen deze een oplossing kunnen bieden. Het ontwerp en de maatvoeringen leveren echter (esthetische) discussies op en kunnen daarnaast het rendement van de warmtepomp beïnvloeden door de veroorzaakte weerstand. Het lijstje met andere mogelijkheden om geluidsreductie in een lucht/water-warmtepomp toe te passen, is overzichtelijk. Namelijk 1) de wisselaar (verdamper) vergroten, 2) de diameter van de ventilator vergroten zodat de ventilator met een lager toerental hetzelfde luchtvolume kan verplaatsen (waaruit de warmte kan worden onttrokken), en tot slot 3) de compressor geluiddempend bekleden door deze bijvoorbeeld in een afzonderlijk segment in het buitendeel te plaatsen.

Deze maatregelen maken duidelijk dat er ook esthetische gevolgen zijn als buitendelen worden ontwikkeld op ‘low noise’ aangezien ze simpelweg groter worden. Om hiernaartoe te kunnen rekenen/ontwikkelen moet echter eerst exact vaststaan welke eisen onder welke omstandigheden behaald moeten worden. Aansluitend zal een fabrikant dan door middel van productinnovatie doorontwikkelen om te voldoen aan de gestelde eisen. Het mag duidelijk zijn dat hierbij schaalgrootte enorm belangrijk is. Om die reden is het niet handig (onhaalbaar!) dat Nederland een eigen richtlijn opstelt, terwijl dit eigenlijk op Europees niveau georganiseerd moet worden om voldoende schaalgrootte te realiseren.

Weinig duidelijkheid

In de voorlopige stukken staat beschreven dat ‘vanwege de samenhang met BENG de geluidseisen pas in werking treden als het Besluit houdende wijziging van het Bouwbesluit 2012 in verband met bijna energie-neutrale nieuwbouw eveneens in werking treedt’. In overige documenten staat echter de datum van 1 januari 2020 als ingangsdatum genoemd en hierdoor is er dus weinig duidelijkheid. Zeker als je nagaat dat ook de Eerste en Tweede Kamer nog een definitief oordeel moeten vellen.

Het is hierbij zeer opmerkelijk dat de BENG-eis wordt uitgesteld door het niet-beschikbaar zijn van de juiste rekentool, terwijl uitgebreide Research & Development van wereldwijde warmtepompfabrikanten wordt genegeerd door de geluidseisen wél op korte termijn te willen invoeren.

Bijkomend probleem is de toetsbaarheid van de eis. Geluid is een specifiek vak en de huidige norm bij grondgebonden woningen is vastgesteld ‘op de erfgrens’. Een fabrikant kan hier niks mee aangezien deze omstandigheid per project, zelfs per woning kan verschillen door omgevingsinvloeden (bijvoorbeeld door weerkaatsing van een aanwezig schuurtje). Hierdoor krijgen we dus telkens maatwerk, hetgeen discussies zal veroorzaken waarbij zelfs binnen projecten met gelijksoortige woningen verschillen waarneembaar zullen zijn. Door dit maatwerk zal de kostprijs onnodig omhoog gaan.

Daarnaast is het de vraag onder welke omstandigheden eventuele metingen gaan plaatvinden. De maximale vraag (geluid) wordt gecreëerd bij -10 graden buitentemperatuur, maar zoals u weet is het dat maar zelden in Nederland. Hoe gaan we dit dan toch toetsen in de praktijk?

Een fabrikant kan zich prima richten op een bepaalde geluidseis, maar dan wel bij een omstandigheid die te simuleren en te testen is onder laboratoriumomstandigheden. Bijvoorbeeld: op 1 meter in vrijveldconditie gemeten met een bepaalde temperatuur.

Suggesties voor definitief beleid

Nu zou uw conclusie kunnen zijn dat wij als marktpartij problemen voorzien in het behalen van bepaalde eisen of nog erger: dat we tegen iedere vorm van richtlijnen omtrent dit thema zijn. Het tegendeel is echter waar! Graag willen wij dat er duidelijkheid komt ten aanzien van dit thema, maar dan wel met de juiste uitgangspunten, de juiste kaders en binnen een reële termijn.

Naar onze mening moeten onderstaande zaken daarom meewegen in het formuleren van het definitieve beleid:

  • De wetgeving moet bepaald worden op basis van Europees beleid (of minimaal aanhaken op reeds bestaand beleid van bijvoorbeeld Duitsland zodat we geleidelijk tot een Europese invulling komen). Een maand geleden pleitte een groot deel van de Nederlandse politiek nog voor één Europa en nu zouden we voor dit thema toch weer onze eigen regeltjes gaan opstellen.
  • De geluidseisen moeten per dagdeel worden vastgesteld (dag, avond, nacht) vanuit de gedachte dat overdag meer achtergrondgeluid hoorbaar zal zijn en dat in dit dagdeel bijvoorbeeld de boiler geladen kan worden of een legionellaspoeling kan plaatsvinden. Hierbij kan meegewogen worden dat het technisch mogelijk is om capaciteitssturing toe te passen op basis van temperatuur en/of tijd. Afhankelijk van ingestelde waarden wordt het systeem dan voor bijvoorbeeld 50, 75 of 100 procent vrijgegeven.
  • De gestelde eis moet vastgesteld worden onder genormaliseerde omstandigheden die meetbaar zijn in een laboratoriumtest. De eis ‘op de erfgrens’ zal talloze arbitragezaken tot gevolg gaan hebben omdat de omstandigheden telkens weer verschillen.
  • Er zal duidelijk vastgesteld moeten worden hoe de eis op de erfgrens van toepassing is. Speelt deze eis ook bij een bovendakse opstelling (in een dakkap) of bijvoorbeeld op de berging achterin de tuin?
  • Er zal duidelijk vastgesteld moeten worden in welke modus de eis van toepassing is (ruimteverwarming, koeling, warm tapwater, legionellaprogramma of ontdooicyclus) inclusief een buitentemperatuur waaronder het systeem actief is. Tevens zou er nagedacht kunnen worden over het toekennen van een ‘overschrijdingstijd’. Een bepaalde modus (warm tapwater bereiding, legionella en dergelijke) duurt bijvoorbeeld niet langer dan zestig minuten en kan geprogrammeerd worden in een dagsituatie. Wanneer deze overschrijding meegerekend mag worden kunnen veel additionele maatregelen overbodig zijn.
  • Zodra de eisen definitief bepaald en aangenomen zijn door de Eerste en Tweede kamer zal nagedacht moeten worden over de invoeringsdatum. Bovenstaande maakt namelijk duidelijk dat specifieke productontwikkeling dan pas kan beginnen.

 

Kortom: de markt heeft zeker behoefte aan duidelijke wet- en regelgeving. Die wetgeving moet houvast bieden aan vragen en onduidelijkheden die er nu zijn. De huidige opzet creëert echter meer twijfels dan dat het problemen oplost. Door nu de juiste argumenten in te brengen ontstaan betere, toetsbare eisen en voldoende schaalgrootte, waarmee we de volgende stap in de transitie kunnen zetten. Hopelijk wordt dit geluid gehoord en ontstaat er een evenwichtige discussie waarin ook de vakinhoudelijke kennis van de warmtepompmarkt wordt meegenomen.”