Een sportief en duurzaam utopia

De Haagse Sportcampus Zuiderpark is een utopia voor sportliefhebbers. Op opvallend compacte wijze zijn hier een topsporthal, beachhal, turnhal, dubbele breedtesporthal, dojo (judozaal), danszaal en vier gymzalen samengebracht. In dit complex draait alles om sport en beweging. Het biedt ruimte voor zowel onderwijs, praktijkonderzoek en trainingen als voor (inter)nationale wedstrijden en competities, voor en van de meest uiteenlopende sporten. Het is duidelijk dat zo’n gebouw, met dagelijks honderden of zelfs duizenden bezoekers en diverse zeer grote ruimtes, hoge eisen stelt aan zaken als licht, beveiliging, sanitair en klimaatbeheersing. Zéker wanneer ook de duurzaamheidseisen ambitieus zijn.

En ambitieus, dat was en is dit project. De opdrachtgever, een samenwerkingsverband van de gemeente Den Haag, de Haagse Hogeschool en het ROC Mondriaan, wilde een gebouw dat geschikt is voor het beoefenen van (top)sport, voldoet aan de normen van de NOC*NSF, diverse leslokalen bevat én CO2-neutraal is. Die laatste eis kwam niet uit de lucht vallen. “Den Haag wil een CO2-neutrale stad zijn”, vertelt Michiel van der Valk, senior projectmanager van de Centrale Vastgoedorganisatie Den Haag. “Dat is een doel dat we in 2040 bereikt willen hebben. De realisatie van deze sportcampus is een van de stappen op de weg daarnaartoe.”

Wedstrijden op het hoogste niveau
Aan het zetten van die stap is een aantal jaren van voorbereiding voorafgegaan, vertellen Melanie Bloem (manager) en Chris Moorhoff (ontwerpleider), die zich namens Deerns vastbeten in de combinatie van uitdagingen die dit project met zich meebracht. “De afmetingen van de zalen in een sportcomplex hebben om te beginnen gevolgen voor de vereiste verlichtingssterkte en de ventilatiecapaciteit”, zegt Moorhoff. “Het is nogal een verschil of een verlichtings-armatuur een ruimte moet verlichten vanaf twee meter hoogte of vanaf tien meter. En het scheelt ook dat we het in vrijwel alle zalen zonder daglicht moeten stellen, op grond van de voorschriften van het NOC*NSF.”

Die voorschriften zijn belangrijk, want alleen wanneer de sportcampus zich daaraan houdt, kunnen er nationale en internationale wedstrijden op het hoogste niveau plaatsvinden. “De sportkoepel heeft alle normen waaraan sportaccommodaties moeten voldoen vastgelegd in een zestal boekwerken”, vertelt Moorhoff, terwijl hij zijn handen een decimeter of drie uit elkaar houdt. “Die hebben we allemaal doorgewerkt. Per sport verschillen de eisen. Zo moet bij badminton de luchtstroming op het speelveld vrijwel tot nul worden gereduceerd en mag er geen verlichtingsarmatuur direct boven het veld hangen, om verblinding te voorkomen.

Voor tennissen, turnen of volleybal gelden weer andere normen, tot aan de hoeveelheid licht, de temperatuur en de luchtvochtigheid toe. Tegelijkertijd is het natuurlijk zaak dat het publiek op de tribune er ook comfortabel bij kan zitten. We hebben de installaties zodanig ingericht dat op al die uiteenlopende eisen kan worden ingespeeld. De beheerder maakt de topsporthal, met een publieke tribune van 3.500 stoelen, ‘met een druk op de knop’ geschikt voor de toepassing van dat moment.”

Speciaal ontwikkelde lampen
Met het oog op de duurzame ambitie herbergt de sportcampus uiteenlopende technologieën. Van der Valk: “Van zonnecollectoren voor de verwarming van het water en PV-panelen tot installaties voor warmte- en koudeopslag en warmteterugwinning. Verder hangen overal sensoren, die zorgen dat het licht in een ruimte alleen brandt wanneer er mensen aanwezig zijn. Of die, afhankelijk van het gemeten CO2-gehalte, het ventilatiesysteem aansturen. Eén van de andere eisen die we als opdrachtgevers hebben gesteld, betrof het gebruik van LED-verlichtingsarmaturen in álle sportruimtes van het complex.”

Bloem: “Een paar jaar geleden, toen die vraag bij ons werd neergelegd, was dat nog allesbehalve een vanzelfsprekend idee. Met name niet voor de topsporthal, waar licht met de functionaliteit en capaciteit van stadionlicht nodig is. Sterker nog, er bestonden op dat moment helemaal geen LED-verlichtingsarmaturen die dat konden bieden. Wel was Philips tijdens ons ontwerpproces al bezig met de ontwikkeling van zo’n toepassing.” Moorhoff: “Met deze verlichtingsarmaturen zijn we in staat om elk punt van het veld uit te lichten; er is daardoor vrijwel geen schaduwwerking. Bovendien kunnen we variëren met de verlichtingssterkte op het speelveld, van 300, 500 of 700 lux tot 1.000 of zelfs 1.500 lux. Hierbij is niet alleen de horizontale, maar ook de verticale verlichtingssterkte belangrijk. Want bij een amateurwedstrijd of een sportende klas gelden andere verlichtingseisen dan bij een wedstrijd op olympisch niveau waarbij elk detail telt en ook nog eens tv-opnames worden gemaakt. Een groot voordeel is dat deze LED-verlichtingsarmaturen direct op volle verlichtingssterkte zijn in- en uit te schakelen en er geen opwarm- of afkoeltijd meer nodig is. Ook kunnen ze worden gedimd tot elke gewenste waarde tussen de laagste stand en 100%.’

Ondertussen worden de LED-verlichtingsarmaturen die Philips ontwikkelde, nu ook toegepast in diverse stadions, zoals het stadion van PSV. “Dat bewijst maar weer eens hoe belangrijk opdrachtgevers zijn voor het stimuleren van innovatie”, stelt Bloem. “Door toepassing van LED-licht te eisen heeft de gemeente Den Haag mede de markt gestimuleerd tot deze vernieuwende oplossing.”

Van der Valk: ”De consequente keus voor LED-verlichting bracht natuurlijk een hogere investering met zich mee. Vergeleken met bijvoorbeeld verlichtingsarmaturen voorzien van gasontladingslampen scheelde dat wel een factor 2,2. Maar die initiële kosten verdienen we snel terug. Met name dankzij de levensduur, die vier- tot zelfs zesmaal zo lang is. Dat scheelt enorm in de onderhoudskosten.”

Een dak dat energie opwekt, water opvangt én koelte biedt
Het ontwerp van het gebouw is afkomstig van FaulknerBrowns architects. “Het is een heel compact gebouw geworden met relatief weinig geveloppervlak”, zegt Bloem. “Dat voorkomt ongewenste warmteverliezen en dat is vanuit het oogpunt van duurzaamheid een belangrijk voordeel. Van de ruim 20.000 vierkante meter dakoppervlak hebben we 4.500 vierkante meter gebruikt voor het installeren van 1.000 PV-panelen met een gezamenlijk oppervlak van 1.600 vierkante meter. Die zijn met elkaar goed voor een energieproductie van 233 MWh per jaar, wat ongeveer gelijkstaat aan het gemiddelde energieverbruik van 80 huishoudens. De overige 2 hectare hebben we bedekt met mossedum.”

De vraag dringt zich op waarom niet nog veel meer dakoppervlak voor PV-panelen is gebruikt. “Dat is een afweging die we heel bewust hebben gemaakt”, vertelt Bloem. “Bij een complex als dit heb je te maken met tal van uiteenlopende factoren, die we allemaal meewegen. De sedumlaag isoleert en is bovendien bijzonder geschikt voor waterberging. Dat is een belangrijk gegeven, zeker als je weet dat het Zuiderpark op het laagste punt van Den Haag ligt. Zelfs bij een neerslag van vijfhonderd liter per hectare per seconde buffert het dak nog altijd zo’n veertig procent van het regenwater. In de zomer verdampt al dat water ook weer snel, wat een koelend effect heeft op het gebouw. Dat maakt dit dak veel aantrekkelijker dan een traditioneel bitumen dak.”
Strandsport in een hal
Na het nodige denk- en rekenwerk werd besloten om de vloerverwarming, die door het hele gebouw heen is toegepast, ook onder het zand van de beachsporthal en de matten van de turnhal aan te leggen. Wanneer nodig zorgen klimaatplafonds in die hallen voor extra warmte of koeling.

De beachsporthal, waar op een ondergrond van zand kan worden getraind en gespeeld, is natuurlijk sowieso een van de meest opmerkelijke zalen in het gebouw. Bloem: “Dat heeft ook het nodige denkwerk gekost. Want het is niet de bedoeling dat de zandkorrels zich door het hele pand gaan verspreiden. Om te voorkomen dat het zand gaat verstuiven, moet het een klein beetje nat worden gehouden, zonder dat het speelveld modderig wordt uiteraard. We hebben uitgebreid onderzocht wat daarvoor de beste methode is: besproeien van bovenaf, in de vorm van een soort sprinklerinstallatie, van onderaf, met leidingen die door het zand lopen, of vanaf de zijkant. Die laatste oplossing, afgekeken van de paardenbakken in de hippische wereld, bleek de beste garantie voor een gelijkmatige bevochtiging.”


Heilige Haagse grond
Het Zuiderpark is van alle Hagenezen. En dat geldt eens te meer voor de grond waarop nu de sportcampus is verrezen en waar tot 2007 het oude ADO-stadion stond. Van der Valk: “Als je gaat bouwen op die grond, met een gebouw dat ook nog iets meer ruimte in beslag neemt dan het oude stadion, dan weet je dat de Haagse bevolking met argusogen volgt wat er gebeurt. We hebben dan ook veel aandacht aan de voorlichting besteed.” Ondertussen is Van der Valk alweer druk bezig met de laatste fase van een ander iconisch project in zijn stad: de renovatie en verduurzaming van het World Forum, voorheen het Nederlands Congresgebouw.